In de bovenbouw verandert het TTO behoorlijk ten opzichte van de onderbouw, vooral omdat het aantal lessen dat je in het Engels krijgt aanzienlijk minder is dan in de onderbouw. In de Tweede Fase werken we met zogenaamde ‘studielasturen’, die we ook wel slu’s noemen. Studielasturen zijn alle uren die je aan school besteedt, dus lessen en huiswerk, en daarvan moet je als TTO-leerling 30% in het Engels doen.
Die 30% haal je doordat wij een aantal vakken in het Engels aanbieden. Dit zijn English, Religious Education, Science for Public Understanding (ANW), Social Studies (Maatschappijleer) en Physical Education. Dit zijn vakken met alleen een schoolexamen, zodat we die zonder probleem in het Engels kunnen geven. De centrale eindexamens van de overige vakken zijn in het Nederlands, vandaar dat je die vakken (zoals bijvoorbeeld wiskunde en geschiedenis) weer in het Nederlands krijgt.
In de Tweede Fase krijg je ook twee vakken die specifiek zijn voor het TTO: IB Language A en EIO. IB Language A is een vak dat je opleidt voor het IB Language A examen, wat een internationaal erkend examen Engels is. Wanneer je het IB Language A examen succesvol hebt afgesloten, dan heb je een taalvaardigheid op niveau C2 van het ERK, wat het hoogst haalbare niveau is.
Tijdens de lessen EIO, deze afkorting staat voor Europese en Internationale Oriëntatie, leer je heel veel over hoe Europa en de wereld in elkaar zitten. EIO is een belangrijk onderdeel van TTO, waar je in de onderbouw ook al mee te maken hebt gehad. Om dit aspect in de bovenbouw verder uit te kunnen diepen, bieden we het als apart vak aan in VWO 6.
Ook doen we in de bovenbouw weer veel aan extra projecten en internationalisering. Het laatste is vooral te merken in klas 4, waarin je voor de tweede keer op uitwisseling gaat. De exacte bestemming daarvan kan per jaar variëren, omdat dit afhankelijk is van de groepsgrootte. Wat we er wel met zekerheid over kunnen zeggen is dat het een uitwisseling zal zijn met een ander Europees land dan Groot-Brittannië.
TTO Home
In de bovenbouw verandert het TTO behoorlijk ten opzichte van de onderbouw, vooral omdat het aantal lessen dat je in het Engels krijgt aanzienlijk minder is dan in de onderbouw. In de Tweede Fase werken we met zogenaamde ‘studielasturen’, die we ook wel slu’s noemen. Studielasturen zijn alle uren die je aan school besteedt, dus lessen en huiswerk, en daarvan moet je als TTO-leerling 30% in het Engels doen.
Die 30% haal je doordat wij een aantal vakken in het Engels aanbieden. Dit zijn English, Religious Education, Science for Public Understanding (ANW), Social Studies (Maatschappijleer) en Physical Education. Dit zijn vakken met alleen een schoolexamen, zodat we die zonder probleem in het Engels kunnen geven. De centrale eindexamens van de overige vakken zijn in het Nederlands, vandaar dat je die vakken (zoals bijvoorbeeld wiskunde en geschiedenis) weer in het Nederlands krijgt.
In de Tweede Fase krijg je ook twee vakken die specifiek zijn voor het TTO: IB Language A en EIO. IB Language A is een vak dat je opleidt voor het IB Language A examen, wat een internationaal erkend examen Engels is. Wanneer je het IB Language A examen succesvol hebt afgesloten, dan heb je een taalvaardigheid op niveau C2 van het ERK, wat het hoogst haalbare niveau is.
Tijdens de lessen EIO, deze afkorting staat voor Europese en Internationale Oriëntatie, leer je heel veel over hoe Europa en de wereld in elkaar zitten. EIO is een belangrijk onderdeel van TTO, waar je in de onderbouw ook al mee te maken hebt gehad. Om dit aspect in de bovenbouw verder uit te kunnen diepen, bieden we het als apart vak aan in VWO 6.
Ook doen we in de bovenbouw weer veel aan extra projecten en internationalisering. Het laatste is vooral te merken in klas 4, waarin je voor de tweede keer op uitwisseling gaat. De exacte bestemming daarvan kan per jaar variëren, omdat dit afhankelijk is van de groepsgrootte. Wat we er wel met zekerheid over kunnen zeggen is dat het een uitwisseling zal zijn met een ander Europees land dan Groot-Brittannië.
TTO Home